Bijen zijn nuttige beestjes, zoveel is zeker. Ze houden ons eco systeem in evenwicht en zijn daarin  een onmisbaar aspect. Jammer genoeg wordt onze bijenpopulatie steeds kleiner, niet enkel door het gebruik van pesticiden maar ook door de manier van bouwen.

Gelukkig zijn er mensen die bekommerd zijn om ons milieu en die willen bijdragen aan een beter ecologisch klimaat.

Ben jij één van die mensen? Heb je een mooie tuin waar bijen thuis zijn? Dan kan je ervoor kiezen om zelf een bijenhotel te bouwen.

Het onderstaande artikel werd opgesteld door mensen die een hart voor het milieu hebben en in het bijzonder voor nuttige beestjes. Omdat het artikel zo compleet was, hebben we het integraal hier gepubliceerd.

Wat is een bijenhotel?

Een bijenhotel is een door mensen gemaakte plek waar wilde bijen (ook wel solitaire bijen) hun eitjes kunnen achterlaten. Dit doen ze bijvoorbeeld in holle stengels, zoals bamboe en riet, in gaatjes die in hout zitten en ze maken zelf ook gaatjes of holletjes in leem of grond. De gaatjes in je bijenhotel zullen worden gevuld met stuifmeel, er komt een ei in, het wordt dichtgemetseld en achtergelaten. Meestal komen de eitjes pas een volgend seizoen uit, de gaatjes zijn dan weer open gemaakt. Solitaire of wilde bijen leven alleen, niet in kolonie. Ze steken niet en ze geven geen honing. Wel bestuiven ze veel planten (kan nuttig zijn in een moestuin) en zijn ze mooi om te zien en van grote waarde voor het ecosysteem van de aarde, te beginnen met je eigen tuin en wijk

Waarom zou je een bijenhotel maken?

Het heeft nut om een bijenhotel als broedplek voor bijen te maken, omdat er minder plek dan voorheen is door toedoen van mensen. Mensen bouwen hun huizen steeds netter afgewerkt, zachtere kalkzandcementsoorten en rieten daken zijn minder in gebruik en mensen zijn niet meer zo afhankelijk van een moestuin bij het huis, waar oude stengels in de tuin en op composthopen plek boden. Het platteland, waar het wat groener oogt dan in de bebouwing, is wellicht juist de grootste woestijn voor wilde bijen, omdat er minder plantensoorten zijn (monocultuur in de landbouw), weinig houtwallen en holle stengels. Voor de wilde bijen zou het allemaal wat minder onderhouden en aangeharkt mogen zijn.

En dan nu de handleiding voor het maken van zo’n bijenhotel / insectenhotel? Kunnen we het kort houden?

Een bijenhotel handleiding in 10 tweets of in een filmpje van 2 minuten is leuk en motiverend, maar kan nooit volledig zijn. Soms werkt je bijenhotel niet of niet goed en dat hopen we te voorkomen en genezen met een handleiding waarin we je graag echt goed voorlichten. Het is een handleiding in 8 punten, ongeveer drie a4-tjes. Met onderaan een link naar een digitaal boek van 100 pagina’s. Schrik niet, met de onderstaande 8 punten kom je heel ver als beginnende én gevorderde bijenhotel bouwer. We vertellen bij de methodes en tips ook waarom we denken dat je het op die manier moet doen, zodat je beter kunt besluiten wat je wel en niet nodig vindt.

1.Hou de inhoud van het bijenhotel droog met een dakje of kistje

Een bijenhotel voorziet in broed-gaatjes in diverse materialen. Hoe diverser hoe beter. Eén ding is echter voor alle typen materialen en gaatjes wel zo nuttig:

de gaatjes moeten niet al te veel regenwater vangen, anders gaan de eitjes of opgroeiende bijen dood aan schimmels. Bedenk dus een mooi afdakje, bouw het geheel bijvoorbeeld in een kistje, verbouw een pindakaashuisje tot bijenhotel, of leg een dakpan op je pakket nestelmaterialen. Bedenk hierbij wel dat bijna alle wilde bijensoorten graag eitjes achterlaten op een plek die veel zon vangt. Het afdakje hoeft dus niet persé heel groot te zijn, de zon mag er onderdoor schijnen op de gaatjes. Hang je bijenhotel lekker warm op het volle zuiden. Een beetje spatwater dat bij zuidwestenwind onder een kort dakje doorwaait is niet zo erg. Experimenteer gerust ook met een oost of westgevel en met een paar gaatjes aan de achterkant in de schaduw.

Er zijn 350 soorten wilde bijen in Nederland en die hebben elk hun eigen voorkeuren. Zuid is de vuistregel voor het meeste resultaat en de meeste in tuinen voorkomende soorten.

2.Materialen, overzicht van opties

Het is goed om voor verschillende bijensoorten verschillend aanbod aan gaatjes te hebben, denk aan:

– holle stengels zonder merg (bamboe, riet, brandnetel, venkel, etc.)

– holle stengels met merg (bamboe, vlier, kiwi, etc.)

– gaatjes in hout (zie hieronder hoe te boren in welke houtsoorten)

– gaatjes in leem

Een bijenhotel hoeft niet alle soorten materialen te hebben, enkel een blok hout met gaatjes en een afdakje zal ook iets kunnen betekenen, of enkel een kistje vol bamboestengels kan ook iets doen. Wij bouwen onze bijenhotels (“zootels”) meestal van eikenhout, 2 bamboesoorten, dakdekkersriet en leem.

3.Methodes: gaatjes boren in hout

– gaatjes moeten scherp geboord zijn en dus niet rafelig. Bijen willen anders het gaatje niet in, ze zouden hun vleugels beschadigen.

– Boorgaten van 2 tot 8 mm doorsnede. (In veel handleidingen wordt 3 mm als kleinste genoemd, wij zien ook in 2 mm gaatjes soorten komen in onze proefblokken en we hebben nooit bijen gevonden in gaten van groter dan 8 mm.)

– De gaten worden het mooist met een scherpe boor in een kolomboormachine, maar dat laatste is geen noodzaak. Je kan met houtboren of HSS boren werken, net wat je het fijnst vindt. Bij de dunnere maten (2 t/m 5 mm) zijn HSS boren wel handig omdat ze minder snel breken.

– Scherpe gaatjes krijg je het makkelijkst als je het hout op de “kopse kant” boort (dus waar je op de jaarringen kijkt)

– Kijk de kunst niet klakkeloos af in de winkel, waar tussen de schaarse goede bijenhotels ook veel modellen liggen van groenig geïmpregneerd zachthout met rafelige gaatjes in grappige bijen-vormpjes gezaagd. Ook is er veel geboord dwars op de nerf, wat in het meeste hout behalve keiharde soorten voor splinters aan de randen van de gaatjes zorgt. Er zijn weinig bijen die succesvol zullen broeden tussen hout-verduurzamend gif en/of splinters. Sommige bijenhotels zijn nou eenmaal niet gemaakt voor bijen, maar voor winkeliers of spechten. Ook twee te waarderen diersoorten.

4.Materialen: welk hout gebruik je?

– Gebruik een harde houtsoort! Met vurenhout, populier en andere zachte houtsoorten worden de gaatjes vrijwel altijd te rafelig, hoe goed je ook boort. Vaak komen splinters pas los na het buiten ophangen bij een eerste regenbui of zonnige droge dag. Gebruik dus toch maar harde houtsoorten.

– Hardhout hoef je niet uit de tropen te halen: Eikenhout is al hard genoeg, net zoals appel, peer, kers, kastanje, robinia en walnoot.

– Als je met je bijenhotel iets aan de natuur wilt doen, bedenk dan ook: voor het hout hoeven geen bomen speciaal omgezaagd te worden als je het niet bij een houthandel koopt. Kleine stukjes hout zijn al groot genoeg voor een bijenhotel, dus denk eens aan: (eiken)takken snoeiafval van laanbomen in je gemeente of van een landgoed uit de buurt, oude eiken of teak meubels die aan de straat staan meenemen en verzagen, afvalstukjes van een meubelmaker of bouwbedrijf, snoeigoed van een fruitboomgaard.

5.Methodes: stengels zagen/knippen

– Bamboe kun je het best zagen met een afkortzaag. Er moeten namelijk geen rafels aan de binnenkant van de stengel zitten en dat krijg je met een decoupeerzaag of handzaag niet voor elkaar. Gebruik bij voorkeur een net geslepen zaagblad met veel (bijv. 90) tanden. NB: Bamboe bevat veel silicium, waardoor je na het zagen van een pak bamboe weer terug moet naar de zaagblad slijpservice. Zaag niet meer dan 4 stengels tegelijk, anders gaat het rollen en daardoor splijten. Gespleten bamboe is messcherp, dus gebruik een handschoen bij het vasthouden van de bamboestokjes.

Als je geen afkortzaag hebt, of niet met dit soort gereedschap wilt werken kun je matige tot redelijke resultaten krijgen met handzaagjes met heel kleine tanden, zoals een ijzerzaag of een figuurzaag. Dit vraagt wat geduld.

– Rietstengels knip je van alle methodes die wij geprobeerd hebben (en die beschikbaar zijn in huis tuin en keuken setting) uiteindelijk het beste met …… een heggenschaar! Voor de grotere bijenhotels gebruiken we ook wel een antieke rietsnijder, die we van een gepensioneerde dakdekker hebben gekocht. Als je ambitieus bent, ze staan nog weleens op marktplaats. Even uitgaande van de heggenschaar: Zorg dat de stengels zo min mogelijk plat gedrukt worden en dat ze niet gaan rafelen door tussen de schaarbladen om te vouwen. Met de heggenschaar werkt dit het beste door een goed sluitende heggenschaar goed te oliën en strak aan te draaien. Vervolgens vuistdikke bundeltjes riet pakken in de ene hand, met de andere hand de heggenschaar om het bundeltje houden (aan één handvat) en op een tafel te knippen, zo dicht bij de hand waarmee je het riet vasthoudt als maar comfortabel is. Het tafelblad gebruik je dus om het handvat waar je geen hand meer voor over had tegen te houden. Met een ferme, zekere haal en een aanwezige geest snijdt je het mooiste riet en niet in je vingers.

– Overige stengels: per soort inschatten en experimenteren of het met ijzerzaag, figuurzaag, cirkelzaag, snoeischaar of heggenschaar het beste resultaat geeft. Gladde gaatjes goed, rafelige gaatjes niet goed.

6.) materialen: holle stengels

– Misschien vind je het leuk om de stengels zelf te oogsten uit je tuin of langs de weg. Dat gaat prima werken!

– Brandnetels zijn als ze helemaal opgedroogd mooi hol en branden niet meer. Het zijn sterke vezels die lang goed blijven.

– Riet groeit bij water, zeker binnen 1 km bij elke Nederlander vandaan.

– Grote hoeveelheden riet kun je kopen bij een rietdekkersbedrijf.

– Bamboe komt vaak gratis (maar in kleine hoeveelheden) met jonge appelboompjes mee, je kan het bij tuincentra kopen uit China (Tonkin) of je kan inlandse soorten gebruiken, die als tuinplant gebruikt worden. Ze moeten ofwel hol zijn, ofwel een zacht schuimachtig merg hebben. En als je veel biodiversiteit wilt ‘hosten’, gebruik je veel verschillende soorten en maten stengels. Bedenk wel: gaten die veel groter dan 8 mm zijn, hebben voor wilde bijen geen nut. Sommige bijenhotels uit de winkels kloppen op dit gebied niet, neem dat niet als voorbeeld, deze zijn niet gemaakt voor bijen maar voor de winkelier.

– Japanse duizendknoop hebben wij nog niet geprobeerd maar er gaan geruchten dat deze geschikt zou zijn. Dat is meteen plaagbestrijding en bijen helpen, dus daarmee sla je twee bijen in één klap.

– Braamstelen zouden ook geschikt zijn voor bijenhotels. Ook hiermee hebben we geen ervaring. We horen graag uw bevindingen als u dit probeert.

7.Methodes: leem

– Leem die een beetje los en korrelig is, maar toch zodanig aangestampt dat bijen er nog wat grip op krijgen… dat vraagt wat oefening en het juiste materiaal.

– Leem kun je vinden in de ecobouw als stucleem of stampleem, dat laatste heeft de voorkeur

– Maak droge leem aan met weinig water, zodat het niet de textuur van modder heeft, maar van vochtig zand tot kruimeldeeg.

– Duw de leem losjes aan in een houten bakje met een plankje met spijkers er doorheen: zo krijg je al wat eerste gaatjes die bijen als beginnetje kunnen gebruiken.

De leem heeft twee functies: sommige bijen kunnen in de leem nestelen, andere bijen kunnen de leem gebruiken om gaatjes in holle stengels en in houtblokken dicht te metselen na het leggen van hun eieren. Er zijn veel soorten bijen die ook kunnen metselen met zand en er zijn bijensoorten die in de grond in de tuin kunnen nestelen (lijkt op mierenhoopjes). De leem is dus geen onmisbaar onderdeel voor de meeste bijensoorten, maar voor sommige soorten wel. Als je niet aan leem kan komen, meng dan klei en zand, eventueel in verschillende verhoudingen en met stukjes afgemaaid gras erdoor indien nodig voor de samenhang. Ook hier: diversiteit in materiaal is goed voor de diversiteit aan gasten.

8.Omgeving: planten, eigenlijk het belangrijkste onderdeel

– Behalve met bijenhotels kun je ook veel voor de +/- 350 wilde bijensoorten en veel andere insecten doen in de inrichting van je tuin. Veel dieren zijn enorm geholpen als je (holle) stengels niet in de groenbak gooit, maar onder een struik of op een composthoop legt, of nog beter en makkelijker: in de winter gewoon laten staan, en waarom niet meteen in de zomer daarna ook: laat het groen maar om de oude stengels heen groeien. Behalve vogels die in de winter plezier hebben van de zaden op oude stengels, zijn ook wilde bijen gebaat bij wat meer luiheid in het tuinieren. “De tuin is altijd al winterklaar.”

– Behalve tegels natuurlijk ook wat grond met verschillende plantensoorten. Wilde bijen hebben meer aan een rijke mix van allerlei onooglijke onkruidjes dan aan geraniums of een grote hoeveelheid van dezelfde plant. Honingbijen kun je wel blij maken met een veld vol lavendel of een klimop wand (hedera), maar die typische honingbijensoorten gaan voor wilde bijen lang niet zoveel betekenen.

Er zijn wel mooie compromissen te sluiten tussen aangelegd en gepland hovenieren met eetbare kruiden, fraaie bloemen en toch ook veel te bieden hebben voor de vele bijensoorten. De bijenstichting heeft hieraan een mooie pagina over drachtplanten gewijd.

– Je zou ook kunnen nadenken over drinkwater. Honingbijen zuigen water op uit bijvoorbeeld nat zand bij rivieren. Ze drinken niet zo makkelijk uit een tuinvijver, op open water verdrinken ze te makkelijk. We zijn bij onze proef-tuin-opstellingen aan het experimenteren of het zinvol is een drinksilo voor kippen met behulp van oud hout en houtkooltjes of zand en poreuze steen tot een bijendrinkplek om te vormen. Er zijn in de eerste maand geen drinkende wilde bijen op de silo gezien. Als we hier meer over geleerd hebben werken we dit deel van de handleiding bij. We horen uw mening of idee hierover uiteraard ook graag.

Artikel bron met nog veel meer over beestjes:

http://www.zootels.nl/bijenhotel-zelf-maken/

Comments are closed.